Soms stort ik me liever op het mysterie van de liefde dan op het vinden van werkplezier. Eén onbereikbare naam in mijn hoofd, daar kan ik dan mijn hele gevoelsleven op projecteren. Lekker overzichtelijk.
Mijn reis begon met een relatiebreuk, maar bracht me uiteindelijk bij iets heel anders: mijn eigen stem. Die stem bracht me naar een ander soort liefdesleven — het werkende.
In dit eerste deel van mijn tweeluik schrijf ik over liefde, loslaten, zelfliefde en waarom een kundalini-opleiding soms beter werkt dan een strategieplan.
De breuk en de bevrijding
Na mijn grote relatiebreuk – je weet wel, die ene waarvan je hoopt dat-ie je een compleet mens maakt, maar die je vooral laat zien hoeveel je nog te leren hebt – kwam ik tot een onverwacht bevrijdend inzicht: ik hoef niet meer te voldoen aan hoe het hóórt. Geen klassieke relatievorm, geen maatschappelijke blauwdruk, geen innerlijke Excel-lijst met ‘wat hoort wanneer’.
Wat ik toen nog niet wist, was dat ik daarmee ja zei tegen een reis die alles in me wakker zou maken: het mooie, het pijnlijke, het verwarde en het hoopvolle. Het was intens. Soms prachtig. Vaak verwarrend. En het is nog steeds gaande, al is het minder explosief en meer… transformerend.
Een relatie met het niet-weten
Dertien jaar later ben ik nog steeds onderweg. En eerlijk? Er waren periodes waarin het best pijn deed. Niet omdat ik mijn leven niet waardeerde, maar omdat dat gevoel van ‘wij’ ontbrak. Op avonden waarop de stilte iets te luid was. Op feestjes waar iedereen vanzelfsprekend samen leek te komen — behalve ik.
Ondertussen verdiepte ik me in het relateren. Ik ging het intieme pad op, raakte vertrouwd met mijn eigen dynamieken, en verzamelde meer inzichten dan ik soms wilde. Hoe meer ik leerde, hoe minder duidelijk het werd wat een relatie nu eigenlijk ís. Misschien is dat ook wel het punt: dat je het niet hoeft te weten om erin te groeien.
Geen relatietype, wel verlangen
Volgens mijn Human Design ben ik dus niet echt een relatietype. Dat is niet mijn interpretatie – dat is letterlijk wat er stond. En ja, daar kon ik best pissig over worden. Want hoezo geen relatietype, terwijl mijn verlangen naar een relatie op sommige dagen zo aanwezig was dat ik het bijna kon aankijken?
Maar zoals dat gaat met inzicht: soms flitst het ineens naar binnen, en soms komt het pas als je echt alles hebt geprobeerd. Bij mij was het dat laatste. Ik begon het pas te begrijpen toen ik nergens meer tegenaan kon leunen behalve mezelf. En ergens, heel voorzichtig, begon het ook te kloppen. Misschien ben ik inderdaad niet gemaakt voor het soort relatie dat past op een tegeltje. Misschien vraagt mijn manier van verbinden om iets dat nog geen vaste vorm heeft.
Dat ik misschien niet in het standaardrelatietype pas, betekent natuurlijk niet dat ik geen verlangen heb naar intimiteit, liefde of diepe verbinding. En nee, ik heb geen grote kring van vrienden. Niet omdat ik dat niet zou willen – ergens zou ik het best fijn vinden. Maar eerlijk is eerlijk: ik heb het ook nooit als alternatief voor liefde durven toelaten. Misschien was het een soort stil protest. Alsof ik wilde zeggen: “Nee, ik wil niet gezellig compenseren, ik wil geraakt worden.”
Eenzaamheid zonder oordeel
Zo werd ik ook regelmatig geraakt door het gevoel van eenzaamheid. Of eigenlijk vooral door de weerstand die ik erop had – want kom op, als je je eenzaam voelt ben je toch wel een beetje zielig? Moeten we ook een inzamelingsactie voor je starten?
Tot ik op een ochtend wakker werd met die bekende zwaarte, en ik het niet langer kon ontkennen: ik voel me eenzaam. En ik wist niet hoe ik dat gevoel moest oplossen, of zelfs maar anders bekijken. Maar voor het eerst kon ik het aankijken, zonder oordeel. Iets in mij wilde gewoon erkend worden – als eenzaam. En juist dát bracht zoveel liefde, zoveel zachtheid. Er zat zoveel diepgang in dat gevoel, dat ik mijn hele alleen-zijn eraan wil opdragen.
Still got it
En mannen? Daar heb ik gelukkig nooit weerstand op gehad. Ik vind ze fascinerend, vermoeiend, ontwapenend en soms ronduit onweerstaanbaar. En ik geloof dat ik er zelf ook nog best mag zijn. Niet omdat ik mezelf dagelijks in de spiegel ophemel, maar omdat het me af en toe nog lukt om de aandacht te vangen van zo’n man met presence – die combinatie van intelligentie, humor en iets dat je niet helemaal kunt aanwijzen, maar waardoor je wel even je adem inhoudt. En op zo’n moment denk ik: ah ja, I still got it.
Vorm volgt verbinding
Ik heb zo’n beetje alle relatievormen voorbij zien komen. Open, gesloten, semi-constructief, verwarrend-monogaam, energetisch gebonden – noem het maar. Heb ik ze allemaal zelf ervaren? Geen idee. Misschien in theorie, misschien in praktijk, misschien in een droom die ergens rond 03:00 ’s nachts nog even voorbijkwam.
Wat ik vooral weet: ik zit niet vast aan een vorm. Niet meer. En als jij bij het lezen van dit alles nu een mening voelt opborrelen – een advies, een diagnose, een spiritueel getint levensadvies – zou ik zeggen: parkeer ’m even. Gewoon, voor nu. Omdat sommige reizen zich niet laten samenvatten in een systeem. En sommige mensen ook niet.
Zelfliefde: zonder filter, zonder hashtag
Het moeilijkste stuk in deze hele reis? Zelfliefde. Of beter gezegd: het idee dat je al compleet bent en dat je alles in jezelf kunt vinden. Klinkt mooi. Tot je op een regenachtige woensdagavond op de bank zit met een kop thee die ineens heel leeg voelt.
Zelfliefde was voor mij lange tijd een soort spirituele dooddoener. En vreemd genoeg kwam die het vaakst uit de mond van mensen die wél een relatie hadden. Natuurlijk dacht ik dan: jullie hebben makkelijk praten. En waarschijnlijk wílde ik ook dat zij het zeiden, zodat ik mezelf kon geruststellen met de gedachte dat ze het gewoon niet echt begrepen.
Zelfliefde is prachtig op papier, maar kan in de praktijk klinken als een tik op je neus. Zeker als je midden in het verlangen naar romantische liefde zit. “Je moet eerst van jezelf houden.” Ja hoor. Dank je wel, goeroe met een partner.
Het probleem is: de meeste mensen hebben eigenlijk geen idee wat zelfliefde ís. Hooguit hebben ze het geluk dat ze iemand tegenkwamen met een vergelijkbaar gebrek eraan – en dat ze elkaar in dat tekort min of meer hebben leren verdragen. En ja, dat zeg ik met liefde.
Mij spreekt het aan dat zelfliefde vrij is van wel of geen relatie hebben, vrij is van het verlangen naar liefde en vrij is van de behoefte aan vrijheid. Het is een momentopname waarin je met liefde naar een conditionering of gehechtheid kunt kijken en bevrijden..
Terug naar het werkende leven
Terwijl ik op zoek was naar ‘de ware’, bleek ik ook op zoek naar iets anders: mijn eigen stem. En die stem bracht me naar een ander soort liefdesleven — het werkende.
Mijn jaren als zelfstandige organisatieadviseur gingen gelijk op met mijn reis naar zelfliefde. Ik deed alles wat mijn hart ingaf: een kundalini-opleiding hier, een plantmedicijn reis daar — niet bepaald LinkedIn-materiaal. Of toch wel? (We weten toch allemaal dat een slechte informatiehuishouding gewoon een gebrekkige wortelchakra is?)
Ik vroeg me regelmatig af: zet ik mezelf nu buitenspel met al die ongebruikelijke keuzes? Maar dan dacht ik: je leeft maar één keer — en één in een dozijn zijn er al genoeg van.
Waar ik met zelfliefde in mijn persoonlijke leven uiteindelijk een weg heb gevonden, ben ik in mijn werk nog zoekende. En dat voelt soms een stuk lastiger. Alsof de wereld daar nog net iets meer vraagt om een duidelijke richting. Structuur. Antwoorden.
Wat thuis werkt, werkt misschien ook op kantoor
Thuis kan ik goed met mezelf zijn. Genieten. Lummelen. Liefhebben. Maar de wereld in stappen — met alles wat ik inmiddels geworden ben — dat is toch andere koek.
Of misschien… is het niet zo anders. Misschien zijn we allemaal een beetje zoekend, de een wat professioneler dan de ander.
In deel 2: hoe werk en liefde onverwacht veel met elkaar te maken blijken te hebben — en waarom goed organiseren misschien begint met goed relateren.